Wat is coeliakie?

De aandoening coeliakie is een onverdraagzaamheid of anders gezegd, een intolerantie voor gluten. Gluten zijn eiwitkleefstoffen die voorkomen in tarwe, haver, rogge en gerst en alles wat daarvan is bereid. Deze granen en zeker tarwe zijn een belangrijk bestanddeel van onze voeding. Het is de basis voor brood, pasta, koekjes, maar ook in een enorm aantal minder voor de hand liggende producten wordt meel verwerkt. Het wordt veelal ook toegevoegd in de vorm van (tarwe)zetmeel. Bij coeliakiepatiënten wordt er een ongewenste afweerreactie opgewekt door de gluteneiwitten in de voeding. Iedereen met coeliakie ontwikkelt daardoor beschadiging in mindere of meerdere mate aan het slijmvlies van de dunne darm. Die beschadiging tast de darmvlokken aan van de darm en doet ze steeds verder verdwijnen naarmate het beschadigingproces zich voortzet( vlokatrofie). Door verdwijning van de vlokken kan de darm steeds minder goed en op den duur nauwelijks nog, voedsel opnemen. Hierdoor krijgt men verteringsproblemen en steeds meer tekorten aan voedingsstoffen. Dit alles kan een heel groot scala aan klachten veroorzaken zoals:

  • Chronische diarree of juist verstopping
  • Slechte vertering van de voeding( gasvorming, misselijkheid, opgezette buik)
  • Overmatige ontlasting, remsporen op het toilet doordat de ontlasting vettig is
  • Buikpijn
  • Tekorten zoals gebrek aan ijzer, zink, Vit. B 12 etc.
  • Osteoporose
  • Misselijkheid
  • Groei-achterstand( bij kinderen)
  • Humeurigheid, depressiviteit
  • Weinig eetlust
  • Vertraagde puberteit
  • Verminderde vruchtbaarheid

Minder voorkomend maar toch ook soms wel aanwezig:

  • Frequente hoofdpijn
  • Steeds terugkerende aften
  • Sterke stemmingswisselingen
  • Algemene malaise
  • Grote ontstekingsgevoeligheid
  • Stollingsstoornissen
  • Grote vermoeidheid
  • Aanwezigheid van andere autoimmuunziekten zoals schildklierfalen en diabetes 1
  • Afwijkingen van het tandglazuur

De klachten van( zeker jonge) kinderen zijn vaak veel uitgesprokener aanwezig dan de klachten bij volwassenen.

Gradaties in coeliakie

Bij de diagnose kan er verschil in beschadiging van de darmvlokken worden geconstateerd. Men spreekt dan van zogenaamde Marsh-gradaties. De afbraak van de darmvlokken vindt geleidelijk plaats en kan dus per persoon verschillen. Zo spreekt men van Marsh 1 wanneer er geen beschadiging geconstateerd wordt, maar er duidelijk wel een afweerreactie op gluten is en bij Marsh IIIc van totale vlokkenatrofie.

Refractaire coeliakie

Deze vorm van coeliakie komt relatief weinig voor, maar bij mensen van rond de 50, bij wie net coeliakie is ontdekt, is er wel een verhoogd risico op het ontwikkelen van refractaire coeliakie of bestaat er de kans dat men dit al ontwikkeld heeft. Deze vorm van coeliakie is ernstig, men reageert namelijk nauwelijks meer of zelfs helemaal niet op het glutenvrije dieet en loopt risico op een blijvende T-celreactie( onrustige cellen). Zo’n voortdurende T-cel reactie houdt ook in dat er een gerede kans is op het ontwikkelen van een lymfoom, een ernstige vorm van lymfeklierkanker.

Bloedonderzoek.

Coeliakie is dus ook een auto-immuunziekte waarbij bijna altijd antistoffen worden gevormd in het bloed, tegen met name endomysium(EmA), weefseltransglutaminase(TTGA)en gliadine(AGA). Wanneer iemand positief scoort op 1 of meer van deze testen is de kans groot dat er coeliakie in het spel is. Deze serologische testen zijn wel zeer gevoelig en een vals positieve of vals negatieve uitslag komt nogal eens voor. Ook vormen sommige mensen geen antistoffen(Bij zgn IgA-deficiëntie en in sommige andere gevallen). In nagenoeg alle situaties van verdenking op coeliakie zal de specialist de diagnose willen bevestigen door een biopt uit de dunne darm.

Erfelijke factoren bij coeliakie

In ons afweersysteem spelen een groot aantal factoren een rol. Met name de HLA-eiwitten die zich in het oppervlak van sommige soorten cellen in ons lichaam bevinden. De meeste coeliakie- patiënten hebben één of beiden genen die bekend zijn als HLA-DQ2 of HLA-DQ8. Wanneer iemand deze genen bezit en nog geen Coeliakie heeft wil het ook niet zeggen dat men de ziekte ooit zal ontwikkelen. Ongeveer 30% van de bevolking heeft HLA-DQ2. Er zijn kennelijk ook omgevingsfactoren die een rol spelen bij het ontstaan van coeliakie, waaronder het eten van gluten. Iemand die nooit gluten eet zal waarschijnlijk ook nooit coeliakie krijgen. Onderzoek heeft uitgewezen dat 3 tot 10% van de eerste graads familieleden van coeliakiepatiënten ook zelf coeliakie ontwikkelt. In ziekenhuizen gebruikt men de HLA-gentest niet te pas en te onpas. Het is alleen zinvol om coeliakie uit te sluiten en wanneer op grond van klinische symptomen en afwezigheid van antistoffen er toch aanleiding is iemand te verdenken van coeliakie. Immers, wanneer je één van de genen wel hebt behoef je dus nog geen coeliakie te krijgen.

Buiten dus gluten, is er nog iets -voorlopig onbekends (een zgn trigger)- voor nodig om de afweerreactie in de dunne darm in gang te zetten. In de darmwand zijn cellen aanwezig die dus specifiek reageren op gluteneiwitten. Deze worden de glutenspecifieke T-cellen genoemd. Deze T-cellen herkennen stukjes van het gluteneiwit doordat het HLA(DQ2 of DQ8)in de wand van die cel dit eiwit doorgeeft aan die cel. Deze soort van T-cellen zijn eigenlijk alleen te vinden bij mensen met coeliakie. Het zijn juist deze T-cellen die de ongewenste afweerreactie en de doorgaans chronische ontsteking veroorzaken in de darm. Bij veel dragers van het HLA-DQ2 0f 8-gen zullen deze- altijd bij hun al aanwezige T-cellen- op een dag ineens actief worden en dus de verschijnselen van coeliakie gaan veroorzaken. Echter de trigger is dus nog niet bekend. Bij een glutenvrij dieet zullen deze T-cellen minder actief worden. Ze verdwijnen echter niet. De coeliakiepatiënt is blijvend intolerant geworden voor gluteneiwitten en zal de rest van zijn of haar leven een glutenvrij dieet moeten volgen. Gluten zijn alleen schadelijk als de T-cel er gevoelig voor is en in de celwand het HLA-DQ2 of 8gen voorkomt . Er is echter nog een factor bekend die een rol speelt bij coeliakie. Een enzym Tissue Transglutaminase. Het zit overal in het lichaam en speelt een rol bij het herstellen van beschadigd weefsel. Vreemd genoeg zorgt dit enzym er bij coeliakiepatiënten juist voor dat de gluteneiwitten beter worden afgebroken en de schadelijke componenten van de gluten zich beter kunnen binden aan het HLA-DQ van die T-cel. Het geeft eigenlijk een nog “heftigere”reactie van die T-cel.

Diagnose

Naast bloedonderzoek naar antistoffen en een DNA-onderzoek naar het HLA-DQ2 0f 8 gen is het veelal gebruikelijk dat er een biopsie (het weghalen van hele kleine stukjes weefsel) uit de darmwand wordt genomen. Dit gebeurt via een gastroscopie (met een kijkslang via de keel naar de maag gaan) en dan nog een stukje verder tot in de dunne darm proberen te komen. Via die slang kan een “happertje” worden mee geschoven voor het wegnemen van een klein stukje weefsel. Wanneer het darmbiopt de kenmerken van coeliakie vertoond staat de diagnose wel vast. Als er daarna ook nog herstel op gaat treden bij een strikt glutenvrij dieet is dat echt een bevestiging. Het op eigen houtje volgen van een glutenvrij dieet- bij een vermoeden van coeliakie- kan dus betekenen dat daardoor het stellen van een goede diagnose bijna onmogelijk is. Tegenwoordig is overigens uit onderzoek gebleken dat ook minimale antistofverhogingen en het juiste genetische type bij sterk verhoogde gammadelta cellen beschouwd moeten worden als coeliakie. Hiermee kunnen mensen met Non Celiac Gluten Sensitivity(NCGS), die tevens normale biopten hebben, onderscheiden worden van mensen met een echte coeliakie – in – wording.

Remedie bij coeliakie

Glutenvrij cartoonEr is tot dusver maar één remedie bij de diagnose coeliakie en dat is het glutenvrije dieet. De aandoening zelf is chronisch en niet te genezen. Met een goed gehouden glutenvrij dieet zijn de klachten onder controle te krijgen. Het dieet is wel levenslang.

Ook spoortjes gluten hebben invloed en kunnen dus de darmwand beschadigen, ook al krijgt de patiënt hier soms geen lichamelijke klachten van. Door geen gluten meer te gebruiken herstelt de darmwand en komen de darmvlokken terug en zal de vertering van het voedsel verbeteren. Afhankelijk van de gevoeligheid zal de één wel tarwezetmeel kunnen verdragen, maar de ander niet. Heel gevoeligen kunnen ook last hebben van tarwezetmeel onder de Codex Alimentarius (een regel die bepaalt hoeveel resten gluten er dan nog in een product aantoonbaar zou mogen zijn) en ervaren al klachten bij gebruik van glucosestroop, maltodextrine en dextrose, gewonnen uit tarwe. Veel coeliakiepatiënten hebben ook een al of niet blijvende lactoseintolerantie.

U kunt in eerste instantie direct na de diagnose het beste een diëtist(e) raadplegen. Tegenwoordig is er ook veel informatie te vinden op het internet. Lid worden van de Nederlandse Coeliakie Vereniging is zeker aan te bevelen. Er zijn volop bakcursussen die de NCV organiseert en inmiddels zijn er ook vele glutenvrije kookboeken op de markt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.